Beroepscodes en klachtbehandeling

De NVAGT hanteert twee ethische codes, te weten:
De Beroepscode voor therapeuten en de Beroepscode voor supervisoren.
Therapeuten en supervisoren die aangesloten zijn bij de NVAGT zijn gehouden aan deze codes.

Hieronder volgt de tekst van de code voor therapeuten. Deze code is vanzelfsprekend ook van toepassing voor supervisoren. Want voordat zij gestaltsupervisor kunnen zijn, zijn zij ook al minstens vijf jaar praktiserend gestalttherapeut. Omdat supervisie geven echter ook een eigen beroep is, heeft deze beroepsgroep ook een eigen code. 
Supervisoren vallen wat betreft het klachtrecht onder dat van de therapeuten. Om de code voor supervisoren te downloaden, kijk in de de kolom hiernaast.  


 

INHOUD BEROEPSCODE (ETHISCHE CODE) VOOR GESTALTTHERAPEUTEN  

1.    INLEIDING
1.1  Strekking van de code
1.2  Doel van de code

2.    DE BEROEPSCODE
2.1  Verantwoordelijkheid
2.2  Zorgvuldigheid
2.3  Vakbekwaamheid
2.4  Klachtrecht

3.    UITVOERINGSREGELINGEN
3.1  Taken Kamer voor ethische vraagstukken (KEV)
3.2  Organisatie Kamer voor ethische vraagstukken
3.3  Vertrouwenspersonen
3.4  Kamer van klachtbehandeling
3.5  Kamer van beroep
3.6  Sancties

 

1.         INLEIDING

1.1       Strekking van de code
De beroepscode tracht de gemeenschappelijk gedeelde opvattingen uit te drukken over de verantwoorde uitoefening van het beroep van gestalttherapeut.

De beroepscode geeft de gestalttherapeut een aantal richtlijnen waaraan hij zijn gedrag of handelwijze kan toetsen. Tegelijk dient de code tot bescherming van de cliënt en zijn rechten.

De code bevat een aantal algemene principes, zoals verantwoordelijkheid, respect, integriteit, zorgvuldigheid en deskundigheid en sluit aan bij essentiële uitgangspunten van de gestaltbenadering.

De code is bindend voor alle geregistreerde leden en voor de aspirant-leden van de Nederlands Vlaamse Associatie voor Gestalttherapie en Gestalttheorie (NVAGT). Vandaar dat de Algemene Leden Vergadering (ALV) van de NVAGT de code in stemming neemt en bekrachtigt. Daarmee verklaren allen voor wie de code geldt, dat zij deze erkennen en medeverantwoordelijk zijn voor de naleving ervan.

De Kamer voor ethische vraagstukken (KEV) zorgt voor de uitvoering van de bepalingen behorende bij de beroepscode en is tevens een adviesorgaan voor leden van de NVAGT en hun cliënten, als ook voor de vereniging als zodanig. De KEV functioneert als onafhankelijk orgaan binnen de vereniging.

De hantering van de code door de leden van de KEV zal in de geest van de gestalttherapie plaatsvinden. Omdat de gestalttherapeutische praktijk en theorie zich voortdurend aanpassen aan de tijd, evolueert de code mee. Om deze reden is de geldigheidsduur van de code beperkt tot vijf jaar en wordt hij dan door de ALV formeel herzien. De datum van ingang is de dag waarop de ALV de beroepscode erkend en bekrachtigt.

De code gaat uit van de bestaande wetgeving in Nederland en België en dekt niet het hele juridische spectrum van het beroepsmatig handelen. NVAGT-leden worden immers geacht wetten en regelingen, zoals de wet op geheimhouding, de meldingsplicht kindermishandeling het protocol suïcide, zoals dat door de overheid is opgesteld, te kennen.

Deze code handelt voornamelijk over individuele therapie aan meerderjarigen. Zij sluit echter andere cliëntsystemen niet uit (kinderen, jongeren, paren, gezinnen, groepen).

 

1.2      Doel van de code
De code heeft tot doel de beroepsethische kwaliteit van het gestalttherapeutisch handelen inzichtelijk en zo veel mogelijk toetsbaar te maken. Als therapeuten door overdreven betrokkenheid of te grote afstandelijkheid falen of grenzen overschrijden, kan de code dienen als instrument om leerprocessen te bevorderen.

Hierbij staan de therapeutische relatie en het therapeutisch proces in de ambulante of residentiële setting door gestalttherapeuten, zelfstandig werkend of in teamverband, centraal.

De beroepscode heeft menselijk gedrag in een therapeutische setting als onderwerp en biedt een leidraad voor het beroepsethisch handelen van de therapeut. Deze handelwijze kan leiden tot klachten. Voor die klachten biedt de code een aantal categorieën en vormt een toetssteen voor het wel of niet ontvankelijk verklaren ervan.

                                                                               

2         DE BEROEPSCODE

2.1     Verantwoordelijkheid
2.1.1   De gestalttherapeut laat zich leiden door zijn verantwoordelijkheid voor zichzelf en de cliënt.

2.1.2   De gestalttherapeut bewaakt zorgvuldig kwaliteit en grenzen van de therapeutische relatie.

2.1.3   De gestalttherapeut is integer in zijn handelen en maakt gebruik van zijn kennis en vaardigheden in het besef dat zijn overwicht samenhangt met zijn deskundigheid en rol als therapeut.

 2.1.4  De gestalttherapeut volgt het proces van de cliënt te allen tijde met zorg, verantwoordelijkheid, respect en inzicht. Hij draagt zorg voor de kwaliteit van het contact met de cliënt. Hij is bereid respons te geven op diens al dan niet uitgesproken behoeften. Hij tracht hem te zien en te kennen zoals hij is.

2.1.5   De gestalttherapeut verricht zijn werk zo dat hij zijn handelen steeds kan verantwoorden.

2.1.6   De gestalttherapeut werkt op basis van vrijheid en onafhankelijkheid. Dit wil zeggen dat hij zijn neutrale positie handhaaft tegenover de cliënt en zorgt dat de grenzen van het contract duidelijk zijn voor alle direct betrokkenen. Zie 2.2.4.

2.1.7   De gestalttherapeut vermijdt elke vorm van discriminatie.

2.1.8   De gestalttherapeut waakt ervoor dat hij tegenover de cliënt niet tegelijkertijd vanuit verschillende rollen functioneert en zorgt ervoor dat hij zijn privé- en zakelijke contacten niet vermengt met zijn professionele relaties.

2.1.9   De gestalttherapeut is er zich van bewust dat de machtsongelijkheid van de professionele relatie ook na beëindiging van de therapie blijft bestaan.

2.1.10 De gestalttherapeut gaat geen seksuele relatie aan met zijn cliënt.

2.1.11 De gestalttherapeut houdt een financiële administratie bij.

2.1.12 De gestalttherapeut zorgt dat de cliënt op de hoogte is van de beroepscode.

 

2.2      Zorgvuldigheid
2.2.1   De gestalttherapeut stelt een gestalttherapeutische diagnose met aandacht voor de uitgangspositie en het veld van de cliënt.

2.2.2   Op basis van de intake bespreekt de gestalttherapeut met de cliënt de wijze van behandeling.

2.2.3   De aanpak en de daarbij behorende randvoorwaarden voor de therapie, zoals frequentie, tijd of plaats en financiële regeling, vereisen de instemming van de cliënt.

2.2.4   De afspraken, genoemd in 2.2.2 en 2.2.3 vormen een mondeling of schriftelijk vastgesteld contract.

2.2.5   De gestalttherapeut houdt zich aan de afspraken betreffende plaats en tijd. Hij zal ook de contacten buiten de vaste afspraken van de werksetting (telefoon, mail, etc.) bespreken en begrenzen.

2.2.6   De cliënt kan te allen tijde, echter bij voorkeur na een afrondingsgesprek, de therapie beëindigen.

2.2.7   De cliënt heeft het recht om therapeutische opdrachten niet uit te voeren. De gestalttherapeut behandelt hem daarin met respect.

2.2.8   De gestalttherapeut houdt een dossier bij. Dit dossier bevat alle basisgegevens en officiële stukken over de therapie en de cliënt (intakeverslag, wijze van behandelen, correspondentie, afspraken, data, adres en telefoonnummers). Het dossier moet tien jaar bewaard worden. De cliënt heeft steeds het recht om het dossier in te zien. In geval van meervoudige cliëntsystemen kan iedere cliënt inzage krijgen in zijn persoonlijke dossier.
Persoonlijke werkaantekeningen van de gestalttherapeut horen niet bij het dossier.

2.2.9   Als de gestalttherapeut schriftelijk aan derden informatie verschaft over de cliënt, bespreekt hij dat eerst met de cliënt. Deze geeft schriftelijk zijn toestemming. Dit wordt opgenomen in het dossier.

2.2.10  De gestalttherapeut is gebonden aan geheimhouding over zijn werk, uitgezonderd in levensbedreigende situaties voor de cliënt of derden. Hij bespreekt dit, indien mogelijk, met de cliënt.

2.2.11  De gestalttherapeut aanvaardt geen geschenken van de cliënt.

 

2.3      Vakbekwaamheid
2.3.1    De gestalttherapeut stemt zijn handelen af op zijn deskundigheid en erkent de grenzen daarvan.

2.3.2   De gestalttherapeut bewaakt naar beste vermogen de continuïteit van de behandeling.

2.3.3   Indien de gestalttherapeut de behandeling wil of moet beëindigen, maakt hij de cliënt duidelijk vanuit welke overweging hij dat doet. Hij draagt daarbij zo nodig zorg voor verdere doorverwijzing.

2.3.4   Verandering van cliëntsysteem (bijvoorbeeld van individuele therapie naar groeps-, gezins- of relatietherapie) betekent een verandering in de therapeutische relatie en vraagt dus, indien deze verandering wenselijk geacht wordt, om een nieuw contract c.q. nieuwe afspraken.

2.3.5   De gestalttherapeut ziet erop toe niet geïsoleerd te werken. Samenwerking met collega’s, supervisie, intervisie en bijscholing zijn essentiële onderdelen van zijn werk.

2.3.6   De gestalttherapeut bewaakt naar beste vermogen de kwaliteit van de behandeling en onderhoudt zijn kennis van actuele wetgeving en protocollen betreffende de geestelijke gezondheidszorg (bijvoorbeeld: psychopathologie, DSM IV/V, werken met kinderen en systemen).

 

 2.4     Klachtrecht
Klagers kunnen zijn: belanghebbenden zoals: cliënten, ouders van minderjarigen, gestalttherapeuten in opleiding en collega’s.

In geval van een melding door een niet-belanghebbende van een mogelijke schending van de code, kan de Kamer voor ethische vraagstukken de klacht overnemen. Aangeklaagd kunnen worden alle gecertificeerde leden en aspirant NVAGT leden.

2.4.1   Het erkennen van de beroepscode houdt in dat ook collega’s elkaar kunnen aanspreken op het naleven van de code.

 

3.       UITVOERINGSREGELINGEN

De uitvoering van de beroepscode is in handen van de Kamer voor ethische vraagstukken. 

3.1      Taken Kamer voor ethische vraagstukken
3.1.1   De KEV is verantwoordelijk voor de behandeling van ethische vraagstukken  aangaande de gestalttherapie en de gestalttheorie. Zij bevordert de aandacht voor ethische kwesties.

3.1.2   De KEV vervult een adviserende en consultatieve functie ten behoeve van de individuele leden en de NVAGT als zodanig.

3.1.3   De KEV stelt de beroepscode op en draagt deze ter goedkeuring voor aan de ALV.

3.1.4   De KEV geeft waar nodig informatie en uitleg over doel en karakter van de code. 

3.1.5   De Kamer neemt klachten al of niet in behandeling waarbij altijd eerst de vertrouwenspersoon zal worden ingeschakeld. 

3.1.6   De KEV werkt de klachtenprocedure uit.

3.1.7   De KEV neemt initiatieven voor bijeenkomsten over beroepsethische vraagstukken, zoals studiedagen.

3.1.8   De KEV overlegt met de vertrouwenspersonen.

3.1.9   De KEV rapporteert jaarlijks aan de ALV.

 

3.2      Organisatie Kamer van ethische vraagstukken
3.2.1    De leden van de KEV worden gekozen door de ALV op voorstel van het bestuur.

3.2.2    De KEV bestaat uit ten minste vijf leden, deels uit Nederland, deels uit Vlaanderen. Een van hen is voorzitter.

3.2.3    Naast de leden van de KEV zijn er vier (twee mannen en twee vrouwen) vertrouwenspersonen: twee uit Vlaanderen en twee uit Nederland. Zij worden benoemd door de ALV.

3.2.4    De Kamer voor Ethische Vraagstukken kent twee subkamers, te weten:

 

3.3      Vertrouwenspersonen
Vertrouwenspersonen zijn ervaren gestalttherapeuten die een goed overzicht hebben van het veld en in staat zijn zich in te leven in de belangen van betrokken partijen en een meerzijdige objectiviteit kunnen handhaven. De vertrouwenspersonen functioneren onafhankelijk.

3.3.1    Zij zijn rechtstreeks door de leden van de NVAGT en hun cliënten te raadplegen rond ethische vraagstukken. De leden kiezen zelf met wie ze in contact willen treden. De vertrouwenspersonen spelen een rol in de voorfase van een eventuele klacht en bevorderen de dialoog tussen cliënt en therapeut. De vertrouwenspersonen fungeren in eerste instantie als onderzoeker.

3.3.2    De vertrouwenspersonen treden daarnaast tevens preventief, bemiddelend en adviserend op. Bij bemiddeling en advies zal het altijd gaan om korte gerichte interventies, waarbij de vertrouwenspersoon beide partijen zullen horen.

3.3.3    Cliënten kunnen via het kantoor van de NVAGT contact opnemen met de vertrouwenspersonen.

3.3.4    Vertrouwenspersonen kunnen hun functie als vertrouwenspersoon combineren met het lidmaatschap van de KEV en/of met andere werkzaamheden binnen de NVAGT die niet strijdig zijn met het werk van vertrouwenspersonen.

 

 3.4     Kamer van klachtbehandeling 

De Kamer van Klachtbehandeling is een ad hoc geformeerd onderdeel van de KEV. De Kamer wordt ingesteld als er een klacht wordt ingediend. Zij bestaat uit twee leden en een onafhankelijke voorzitter. De twee leden worden per klacht telkens aangewezen uit de leden van de KEV voor die specifieke klacht. Leden van deze Kamer hebben verschoningsrecht. In dat geval wijst de KEV andere leden aan.

Te allen tijde wordt bezien of eerst de vertrouwenspersoon ingeschakeld kan worden. Indien echter de klager dat niet wil of wanneer een eventuele bemiddeling van de vertrouwenspersoon geen resultaat oplevert, zal er een formele klachtenprocedure in gang gezet worden.

Wordt een klacht op meerdere plaatsen neergelegd (bijvoorbeeld bij meerdere beroepsverenigingen), dan zal de klager beslissen waar de klacht in behandeling moet worden genomen.

3.4.1   Een klacht moet schriftelijk en ondertekend bij het kantoor van de NVAGT ter attentie van de KEV worden ingediend. De klacht moet voorzien zijn van naam, adres en telefoonnummer van klager en beklaagde. (zie ook protocol voor klachtbehandeling)

3.4.2   De Kamer van Klachtbehandeling toetst de klacht aan de beroepscode en kan deze:

 3.4.3  De betrokken therapeut wordt ook op de hoogte gesteld van de ingediende klacht als deze niet ontvankelijk wordt verklaard door de Kamer van Klachtbehandeling.

3.4.4   De Kamer van klachtbehandeling stuurt het protocol van klachtbehandeling naar alle betrokken partijen.

3.4.5   In eerste instantie worden klachten en verweer schriftelijk behandeld. De verdere uitwerking van de procedure staat beschreven in het document ‘protocol van klachtbehandeling’. Dit document kan opgevraagd worden bij het kantoor van de NVAGT.

3.4.6   Partijen worden geacht op de door de Kamer voor klachtbehandeling ingestelde zitting te verschijnen. De Kamer van klachtbehandeling hoort de klager en degene over wie is geklaagd. Van de zitting wordt schriftelijk verslag gemaakt.

3.4.7   Beide partijen kunnen zich op de zitting laten bijstaan door een adviseur. Ze melden dit drie weken van tevoren schriftelijk aan de Kamer van klachtbehandeling en vermelden diens naam, adres en telefonische bereikbaarheid. Het kantoor van de NVAGT geeft deze naam per ommegaande door aan de wederpartij. De adviseur heeft inzage in het dossier van de klacht en heeft het recht om namens de klager het woord te voeren. Hier geldt het principe: hoor, wederhoor, repliek en dupliek. Partijen hebben daarnaast de mogelijkheid om op eigen kosten gebruik te maken van een getuige of deskundige.

3.4.8   De Kamer van klachtbehandeling doet uitspraak over de klacht uiterlijk zes weken na de zitting.

3.4.9   De Kamer van klachtbehandeling en het kantoor van de NVAGT houden zorgvuldig het dossier bij van alle acties en stukken. Dit dossier betreft alle elementen van de beroepscode. De Kamer van klachtbehandeling en het secretariaat van de NVAGT waarborgen de vertrouwelijkheid van de stukken. Het dossier wordt in voorkomende gevallen tijdelijk ter beschikking gesteld aan de Kamer van beroep.

3.4.10  De Kamer van klachtbehandeling deelt de uitspraken, schriftelijk en met redenen omkleed, mee aan de partijen. Het kantoor bewaart de verslaglegging van de klachtbehandeling in een apart dossier.

De bindende uitspraak van de Kamer van klachtbehandeling komt in het dossier van de therapeut te staan, met dien verstande dat waar het schorsing of uitsluiting betreft, dit met naam en toenaam bekend gemaakt zal worden. Tegen de uitspraak is beroep mogelijk. Bekendmaking zal worden opgeschort wanneer er sprake is van een beroepsprocedure.

 

3.5     Kamer van beroep
3.5.1.   Indien een van de partijen het niet eens is met een uitspraak van de Kamer van klachtbehandeling kan men zich wenden tot de Kamer van beroep. Ook kan tegen de uitspraak van de Kamer van klachtbehandeling beroep worden aangetekend als een klacht niet ontvankelijk is verklaard of wordt afgewezen.

3.5.2.   De Kamer van beroep wordt schriftelijk van de bezwaren tegen de uitspraak op de hoogte gesteld binnen vier weken na het datumstempel van de uitspraak van de Kamer van klachtbehandeling.

3.5.3.   De Kamer van beroep bestaat uit drie leden. Een van hen, de voorzitter/secretaris, is een jurist en geen gecertificeerd of aspirant lid, maar hooguit belangstellend lid van de NVAGT. Leden van de Kamer van beroep hebben geen zitting in andere organen van de NVAGT.

3.5.4.   Klachten die in aanmerking komen voor een beroep, betreffen de gevolgde procedure, de uitspraak of de opgelegde sanctie.

3.5.5.   De Kamer van beroep houdt zitting over de voorgelegde klacht en kan adviseurs of deskundigen horen.

3.5.6.   De Kamer van beroep oordeelt op basis van het dossier.

3.5.7.   De Kamer van beroep heeft de bevoegdheid om uitspraken van de Kamer van klachtbehandeling te wijzigen, ongedaan te maken of te bevestigen. Ze kan ook de klacht opnieuw naar de Kamer van klachtbehandeling verwijzen.

 

3.6. Sancties
3.6.1.    De volgende sancties kunnen door de Kamer van klachtbehandeling en de Kamer van beroep worden opgelegd:

Andere mogelijkheden zijn:

De uitspraken van voornoemde Kamers zijn bindend voor alle organen van de NVAGT.

3.6.2.   Officiële besluiten worden geanonimiseerd opgenomen in de stukken van de NVAGT, met dien verstande dat waar het schorsen of royeren betreft dit met naam en toenaam zal geschieden.

--------------

 

   

klik hier om de Beroepscode (Ethische code)  voor therapeuten) te downloaden

Klik hier om de Beroepscode voor Supervisoren te downloaden

klik hier om het Protocol van Klachtbehandeling te downloaden.

klik hier om het Klachtformulier te downloaden.

Wilt u:

neem dan contact op met de NVAGT. Telefoon: 0031(0)20 423 45 45 of e-mail info@nvagt.eu

Postbus 2925
1000 CX Amsterdam
T +31 (0)20 423 4545
www.nvagt-gestalt.org